ORGANISATIE PHILIPS BEDRIJFSBEVEILIGING NEDERLAND


Algemeen:

Voordat we ingaan op de organisatie van de Philips Bedrijfsbeveiliging is het van belang te weten dat Philips al vanaf 1896 zich heeft bezig gehouden met beveiliging.

Philips heeft in al de beginjaren beziggehouden met beveiliging van complexen ( zie hiervoor de foto uit 1920 bij de glasbunker) maar ook door het aanstellen van een veldwachter om orde en rust te houden in de door Philips voor haar werknemers gebouwde wijken.

Ook was Philips het eerste bedrijf in Nederland die voor haar beveiligingsdienst in de jaren 30 een vergunning BD 1 heeft verkregen.

Door de opkomst in de jaren 30 van allerlei weerkorpsen, die steeds meer gingen lijken op Politiekorpsen, werd door de overheid middels de “Wet op Weerkorpsen” dit aan banden gelegd. Ieder weerkorps werd verplicht een vergunning bij de overheid aan te vragen.  

Philips was ook de motor, eind jaren 40, om met andere grote bedrijven in Nederland zoals Shell, DSM een vakbond op te richten voor de bedrijfsbeveiliging.

Dat resulteerde in het feit dat de beveiligers van Philips ,in overleg met vakbonden, werden opgenomen in het Philips salarissysteem.

Dat betekende dat een Philips beveiliger een degelijk cariere kon maken waarbij de navolgende salarisstappen gemaakt konden worden :

Een surveillant die bij Philips in dienst kwam maakt de navolgende stappen:

Surveillant 2e klas: Functiegroep 20 ( Beginnend surveillant / opleiding volgend )

Surveillant 1e klas: Functiegroep 25 ( Opleiding met goed gevolg afgesloten / beoordeling goed )

Hoofdsurveillant   : Functiegroep 30 ( Na 7 jaar als surveillant 1e klas / beoordeling goed )

Boven deze salarissen werd er voor de ploegendienst nog een percentage van 33% ploegentoeslag betaald, voor een vol continu rooster.

De surveillanten werkten in een vast ploegensysteem waardoor het voor de surveillanten mogelijk was een sociaal leven te hebben daar de vrije dagen in het rooster vaststaande dagen waren.

Verder regelde het rooster de ochtenddiensten ( 06-14 uur ), middagdienst ( 14-22 uur ) en nachtdienst ( 22-06 uur ) zowel in de week als weekenddiensten.

Kortom door de inzet van Philips hadden de medewerkers die bij Philips als beveiliger werden ingezet een goed salaris ( de beveiliger bij Philips werd gewaardeerd als vakman zoals een bankwerker, glasblazer, elektricien enz.), een duidelijk rooster en een vaste werkplek.

Dat de Philips beveiliger een unieke positie had bleek in 1989 toen er een samenwerkingsverband werd aangegaan met RANDON, het bleek uit gesprekken met surveillanten van RANDON dat die geen vast salaris, geen vast rooster, geen vaste ploegentoeslag of een vaste werkplek hadden.

Als we ingaan op de organisatie van de Philips bedrijfsbeveiliging is van belang een duidelijk onderscheid te maken:

Philips bedrijfsbeveiliging organisatie tot medio 1988.

Philips bedrijfsbeveiliging organisatie vanaf medio 1988.


PHILIPS BEDRIJFSBEVEILIGING ORGANISATIE TOT MEDIO 1988:

De Philips bedrijfsbeveiliging organisatie was een organisatie vergelijkbaar als een Product Divisie.

Deze organisatie met een,

Directeur,                                                      ( hh Dijs, Faro, Rosseel, Schulze, v.d. Veen )

Juridisch adviseur,                                       ( Mr. W. de Graaf en Mr. P.Stoffel )          

Chef geüniformeerde dienst Eindhoven,   ( H.H. Jongetjes, H. van Wijk, J.Rosenbaum)

Chef geüniformeerde dienst spreiding,      ( Hr. P. Remeijer, Hr.J. Schenk )    

Personeelsdienst,                                          ( Hr.Uiterdijk, Mevr. T. Noorzij )

Sloten en sleuteldienst,                                 ( Hr.F. Versteden, T. Matla )

Informatiedienst,                                          ( Hr.W. Busselaars, F.de Leeuw )

Afdeling legitimatiebewijzen,                      ( Hr.J.Schoofs )

Recherchedienst.                                          ( Hr. W. Klerks, Hr.H.van Veen )

Fourier.                                                          ( Hr. S.Middel, D.Denkers )

Zie voor verdere informatie en foto's hoofdstuk OAR+opleidingen.

De directie en haar diensten waren gevestigd in het hoofdkantoor OAR aan de Kreugelstraat / Schootsestraat in Eindhoven.


De organisatie Philips Bedrijfsbeveiliging bestond uit twee gedeeltes te weten :

AANSTUREND:                                         UITVOEREND:

Directeur,                                                     Groepschef,

Juridisch adviseur,                                      Assistent Groepschef,

Chef geüniformeerde dienst.                   Surveillanten


Plus de ondersteunende afdelingen als:

Sloten en sleuteldienst,

Afdeling legitimatiebewijzen,

Informatiedienst,

Recherchedienst.

Verkeersdienst,

Foerier.

De groepschefs werden aangestuurd door Chef geüniformeerde dienst.

De werkzaamheden voor surveillanten waren vastgelegd in een dienstboek.

In dit dienstboek waren alle activiteiten van de surveillanten exact geregeld,

Wie wanneer er buiten stond aan de poort,

Wie wanneer er binnen zat in de loge.

Welke sluit/vervolgronde er wanneer en door wie er gelopen werd.

Al deze activiteiten met als uitgangspunt :

“ Het voorkomen van schade en de ontstane schade tot een minimum te beperken”

Wat van groot belang was in deze organisatie waren de navolgende zaken :

Iedere Product Divisie in Nederland betaalde na rato ( m2 en medewerkers ) mee aan de Bedrijfsbeveiliging.

Door de directie van Bedrijfsbeveiliging was er rechtstreeks contact/overleg met de Raad van Bestuur.

De product divisies hadden geen enkele inbreng in de activiteiten van de beveiligingsgroepen.


PHILIPS BEDRIJFSBEVEILIGINGS ORGANISATIE VANAF MEDIO 1988:

Vanaf medio 1988 werd de organisatie van bedrijfsbeveiliging drastisch veranderd.

De volledige directie en haar ondersteunende afdeling kwamen te vervallen.

De groep beveiliging ( Groepschefs, Assistent Groepschefs, Surveillanten) werden een onderdeel van de grootste product divisie op de plant.

Voorbeelden :

Strijp 1, Consumer Electonics.

Strijp 2, Industrial Electronics.

Strijp 3, Display Components enzovoort.

Vanuit de verantwoordelijke product divisie werd een functionaris benoemd als LSO staat voor Local Security Officer.

Deze functionaris, die totaal niets van bedrijfsbeveiliging wist, werd samen met het hoofd van de beveiliging verantwoordelijk voor de groep beveiligers.

Om deze functionarissen te voorzien van informatie werden zij door de afdeling PSO ( Philips Security Office ) geïnformeerd, opgeleid in jaarlijkse bijeenkomsten.

Door het wegvallen van de volledige aansturing van de geüniformeerde dienst kwamen deze taken volledig te liggen bij de Groepschef, die vanaf medio 1988 hoofd beveiliging werd.

Het betrof taken als :

Budget verantwoordelijke,

Verantwoordelijke voor de uitvoering van beveiligingstaken,

Verantwoordelijk voor het Security beleid op de plant/complex,

Door het vervallen van alle ondersteunende groepen werd hij ook verantwoordelijk voor :

Sloten en sleutels. (Inkoop, plaatsing en administratie )

Vervaardiging van de draagbadge,

Het personeelsbeleid van surveillanten.

Verdere taken als :

Recherche onderzoeken.

Verkeerstechnisch en afhandeling verkeersongevallen,

Overleg met bewoners van de plant,

Maken van maand en jaarrapportages.

Een van belangrijkste taken van het hoofd van de bedrijfsbeveiliging werd om het belang van de Bedrijfsbeveiliging uit te dragen.

Dit door middel van :

Uitgebreide rapportages (Maand – Jaar )

Aan de hand van deze rapportages analyse maken om het Securitybeleid aan te passen.

Presentaties bij directies, afdelingen enz. ( Hierbij was het vooral de Hr.T. Verhappen die zich bezig hield met houden van presentaties op directieniveau, om het belang van een goed functionerende Security groep te onderstrepen )

Door recherche onderzoeken diefstallen op te lossen en daders over te dragen aan de afdelingen.

Kortom :

Door de verandering in 1988 was het vooral de rol van Groepschef die drastisch veranderde.

Was de rol van groepschef was tot medio 1988 vooral gericht op het controleren van de werkzaamheden van de surveillanten werd dat na 1988 totaal anders, het pakket waarvoor hij verantwoordelijk werd aanzienlijk groter en zwaarder.

Verder was hij in eerste instantie 24/7 bereikbaar via een pagers waarna in 1990 dat veranderde door een mobiele telefoon waardoor hij ten alle tijde aanspreekbaar/bereikbaar was.

Daardoor was het logisch dat diverse groepschefs, die al van ver voor 1988 deze functie hadden, in de problemen kwamen.

De aansturing van de beveiligers kwam te liggen bij de assistent Groepschefs terwijl de groepschef functie veranderde van Hoofd Beveiliging tot Security Manager.

Vanaf 1988 veranderde er op het gebied van opleidingen van alles zoals,

De surveillanten kregen een training ( Circon ) in het klantvriendelijk benaderen van de medewerkers aan de poorten en in de gebouwen.

Later hebben ook alle beveiligingsgroepen in Eindhoven actief deelgenomen aan de CUSTOMER DAYS sessies.

De hoofden Beveiliging en Assistent Groepschefs kregen in Vaassen ( Politie Opleiding Instituut ) recherche opleidingen.

Enkele jaren later (1995) kregen de hoofden Bedrijfsbeveiliging en Assistent Groepschefs te maken met kwaliteitsprogramma's als ISO 14000. ( Zie H-lijn 1994)

Verder werden surveillanten betrokken bij allerlei controles (weekendactiviteiten) zoals:

            –    Beveiligingsinstallaties,

            –    Brandmuren/deuren,

            –    Brandmeldinstallaties,

            –    Vluchtdeuren,

            –    Kluizen gevaarlijke stoffen,

Geldkluizen,

Kluizen Edelmetalen,

Het up to date houden van calamiteitenlijsten

Controle computerruimtes,

Het maken en bijhouden van duurproefkaarten.

Het maken van draagbadges en uitgifte daarvan,

Het bijhouden en uitgifte van parkeerplaatjes.



Redactie website


Datum : 22.3.2021.