Van legitimatiebewijs naar draagbadge (1988)

In 1987 werd door Philips het besluit genomen om over te gaan op een zichtbaar gedragen legitimatiebewijs, de draagbadge. De reden om over te gaan van legitimatiebewijs naar badge had mede te maken dat tot 1988 het legitimatiebewijs voor de Philips medwerker centraal vanuit Eindhoven/OAR werden aangemaakt. Het maken van de badge werd een verantwoordelijkheid van het hoofd Beveiliging van de Plant (zie hiervoor organisatie bedrijfsbeveiliging vanaf medio 1988) die per Plant een receptiebalie op moest zetten alwaar voor bezoekers badges werden uitgegeven alsmede werde werden daar pasfoto's gemaakt ten behoeve voor de badge van de Philips medewerker waarbij van de Berg security de badges daadwerkelijk maakte.

Als pilot werd de plant Strijp 1 gebruikt, de plant die qua vierkante meters maar ook met 12.000 werknemers veruit de grootste plant van Philips was op dat moment. Om dit te realiseren werd een werkgroep samengesteld om dit uit te voeren.                      

In de deze werkgroep waren opgenomen de heren Strasek van Philipsbedrijfsbeveiliging, v.d. Berg, directeur van den Berg Security en Ringeling, Philipsbedrijfsbeveiliging Strijp 1.

Om tot realisatie te komen voor het vervaardigen van meer dan 12.000 draagbadges was een gedegen plan van aanpak noodzakelijk.

Dit plan bestond uit navolgende onderdelen :

- Vaststellen van de lay-out van de draagbadge.

- Uitleg werking en gebruik van de draagbadge.

- Het fotograferen tbv deze draagbadge van 12.000 werknemers.

- Het inrichten van uitgifte balie voor bezoekers in hoofdloge van complex Strijp 1.

Door personeelszaken en de directie van de Philips bedrijfsbeveiliging Nederland werden de zaken zoals de lay-out, werking en gebruik van de draagbadge vastgelegd.

Door de lokale bedrijfsbeveiliging ( L. Ringeling ), Directie bedrijfsbeveiliging ( T. Strasek ) en met de leverancier van de draagbadge firma van den Berg werd een plan aanpak gemaakt.

Voor het maken van de pasfoto's werd een planning gemaakt waarbij er met busje, waarin een studio was ingericht, bij alle gebouwen de pasfoto's werden gemaakt. Hierbij is het vermeldingswaard dat voordat de pasfoto gemaakt werd, er een bordje door de betrokken werknemer moest worden ingevuld met daarop het salarisnummer, waarbij dan de pasfoto met het salarisnummer werd gefotografeerd. Aan de hand van deze informatie werd er door de firma van den Berg een draagbadge gemaakt.

Om de werknemers uit te leggen hoe de draagbadge werkt werd dit via een folder uitgelegd. ( zie folder Philips complex Strijp 1 onderaan dit verhaal) Verder was het van belang om een bezoekersbalie te realiseren waar de bezoeker de draagbadge werd uitgereikt. Op strijp 1 werd in de hoofdloge aan Glaspoort een bezoekersbalie ingericht. Gezien de grote aantallen bezoekers die op een plant als Strijp 1 dagelijks binnenkwamen werd het al snel duidelijk dat beveiligingsbeambte die in de loge zat, deze werkzaamheden daar niet bij kon doen. Hierdoor werd er in 1988 de eerste badgebalie medewerkster Carla Terium aangenomen.

Een ander bijkomstig aspect bij het overgaan van het legitimatiebewijs naar de badge waren security technische redenen.

Door de komst van de draagbadge werden de navolgende zaken mogelijk;

1. Door het zichtbaar dragen van een draagbadge in combinatie met de campagne folder waarin eenieder werd uitgelegd hoe de badge werkt, wat de kleuren betekende en wat er van de medewerkers werd verwacht. Hierdoor werd het securityniveau omhoog gebracht. Dit omdat niet alleen de security beambten toezicht hielden op onbevoegden, maar in principe iedere Philips medewerker verplicht was om onbevoegden aan te spreken of dit direct te melden bij Security (zie onderstaande folder)

2. Door de badge had in pricipe iedere Philips medwerker een sleutel in handen. Hierdoor werd het mogelijk om gebouwen,       etages, afdelingen, ruimtes, kluizen, computerruimtes af te sluiten (compartimenteren) waardoor het security niveau enorm omhoog ging.

3. Nog een belangrijk aspect van het gebruik van de draagbadge was in het kader van de gecompartimenteerde gebouwen, etages, afdelingen, ruimtes, kluizen, computerruimtes was het digitale spoor. Bij vermissingen werd door het uitlezen van het security systeem mogelijk om exact vast te stellen wie wanneer waar en hoe laat de badge gebruikt had.

Dit was in het kader van het rechercheren bij diefstallen en vermissingen een belangrijk middel.

Na de realisatie op Strijp 1 werd de draagbadge over heel Nederland ( 52 plants) uitgerold.